Muziek in de behandeling van neurologische taal- en spraakstoornissen
Muziek in de behandeling van neurologische taal- en spraakstoornissen
Samenvatting wetenschappelijk onderzoek, Joost Hurkmans, klinisch linguïst / logopedist Revalidatie Friesland
De relatie tussen muzikale structuren en taalstructuren wordt veelvuldig beschreven in de literatuur en vindt zijn oorsprong in de negentiende eeuw. Met diverse beeldvormende technieken (zoals CT, PET, fMRI, etc.) zijn wetenschappers in staat om perceptuele elementen van muziek en taal in het brein te bestuderen. Wanneer er stoornissen optreden in het brein zijn we vrij goed in staat om de taalstoornis vast te stellen. We kennen dan ook diverse vormen van afasie, stellen vast in welke taalmodaliteiten de stoornissen zich bevinden, etc. Bij muziek is dat anders. We spreken wel van amusie wanneer de muzikale verwerking in het brein gestoord is maar een eenduidige definitie ontbreekt. Diverse wetenschappers hebben vastgesteld dat muziek en taal geen geïsoleerde systemen zijn (zie bijv. Patel, 2003; Jeffries et a., 2003; Brown et al., 2006). Het is dan ook niet verwonderlijk dat er diverse therapiemethoden zijn ontwikkeld voor afasie die gebruik maken van muziek. De meest bekende is de MIT (Albert et al., 1973). Maar ook vanuit de muziektherapie zijn diverse methoden ontwikkeld (zoals SIPARI, Jungblut, 2004 en Conjoint Music therapy and Speech pathology, Hamilton & Cross, 2001). In Nederland is de SMTA ontwikkeld (de Bruijn et al., 2005). Deze methode onderscheidt zich van de overige methodes door het karakter van de therapie: het is een combinatie van muziektherapie en logopedie. Bij SMTA wordt gebruik gemaakt van alle muzikale parameters (te weten melodie, ritme, maatsoort, dynamiek en tempo) en alle linguïstische niveaus (te weten klank-, woord- en zinsniveau). SMTA is ontwikkeld vanuit de praktijk. Van daaruit is er veel ervaring opgedaan met het programma en stellen we vast dat SMTA gebruikt kan worden bij niet sprekende patiënten om tot spreken te komen en bij niet-vloeiend sprekende patiënten om de vloeiendheid te verbeteren. Daarnaast zijn er bijkomende factoren (zoals het actief gebruiken van de stem, ontspannen manier van oefenen, etc.). Op dit moment wordt de effectiviteit van SMTA wetenschappelijk onderzocht. Dit onderzoek bestaat uit vier delen: 1) literatuuronderzoek, 2) historisch cohortonderzoek, 3) ontwikkelen van een evaluatie-instrument, 4) proof of principle. Tijdens deze lezing wordt het literatuuronderzoek en het historisch cohortonderzoek nader toegelicht. Uit het review blijkt dat studies die zich richten op de effectiviteit van therapieprogramma’s die muzikale elementen gebruiken bij neurologische patiënten met taal- en spraakstoornissen, meetbaar vooruitgang rapporteren. De methodologische kwaliteit van de studies is echter zo laag dat het moeilijk is om hier conclusies aan te verbinden. De verklaring van de gevonden resultaten (in termen van mogelijke werkingsmechanismen) blijft onduidelijk omdat de resultaten tegenstrijdig zijn. Uit het cohortonderzoek blijkt dat we de afasiebehandeling weinig evalueren met een algemene taaltest (zoals de AAT) en nog minder met een functionele test (zoals de ANTAT). De noodzaak om dit te verbeteren wordt besproken.
Voor het volledige onderzoek download de pdf